19/02/2026 door Daniël Bosch 0 Opmerkingen
Box 3 hervorming simpel uitgelegd: de impact, de discussie en wat jij nu kunt doen
De Tweede Kamer heeft het voorstel aangenomen om box 3 te veranderen. Dit heeft de afgelopen weken geleid tot reuring in de diverse media. De vraag is echter: is dit terecht en zo ja, wat is de invloed hiervan op jouw financiële situatie? In dit blog gaan we in op de gevolgen van het aangenomen wetsvoorstel met een rekenvoorbeeld.
Het oude box 3-stelsel
In het eerste stelsel van box 3, dat stamt uit 2001, was het uitgangspunt helder: er werd gekeken naar het vermogen op 1 januari en 31 december van een jaar, waarna het gemiddelde hiervan genomen werd. Dit vermogen werd bepaald door de schulden van de bezittingen af te halen. Vervolgens werd een deel van dit vermogen vrijgesteld, waarna de Belastingdienst rekende met een forfaitair (fictief) rendement van vier procent. Uiteindelijk werd dit forfaitaire rendement belast tegen 30 procent. Klinkt simpel, was simpel en deed wat het moest doen.
Waarom het oude box 3-stelsel moest veranderen
In 2017 werd besloten, dat dit niet rechtvaardig was voor mensen die minder rendement dan vier procent maakten, zoals mensen die geld op een spaarrekening hadden staan. Toen het systeem werd bedacht in de jaren ‘90, waren spaarrentes van meer dan vijf procent namelijk niet ongebruikelijk. Na de kredietcrisis in 2008 veranderde het financieringssysteem voor banken dusdanig, dat zij genoeg liquiditeit hadden en spaargeld van bedrijven en consumenten niet per se nodig hadden. Spaarrentes daalden als gevolg hiervan tot het nulpunt en zelfs negatieve rentes waren gebruikelijk. Dit leidde tot situaties dat mensen meer belasting betaalden over spaargeld dan dat ze aan rente van de bank ontvingen. De oplossing? Een aanpassing van het systeem, waarbij de Belastingdienst het rendement gaat belasten in plaats van het vermogen én aannames ging doen:
- Tot 75.000 euro spaart men 67 procent en belegt men 33 procent;
- Tot 975.000 euro spaart men 21 procent en belegt men 79 procent;
- Boven 975.000 euro belegt men volledig.
Maar het wordt nog ingewikkelder: er wordt niet langer gerekend met een rendement van vier procent voor het vermogen, maar er wordt per categorie (banktegoeden, beleggingen en overige bezittingen, schulden) gerekend met een jaarlijks te bepalen forfaitair rendement. Voor 2026 gelden de volgende rendementen:
- Banktegoeden 1,28 procent;
- Beleggingen en overige bezittingen 6,00 procent;
- Schulden 2,70 procent.
Nu zijn er nóg meer mensen ontevreden en dus zijn er al vele rechtszaken geweest. Immers, beleggers die minder dan 6,00 procent rendement maken en mensen die schulden hebben met hogere rentes dan 2,70 procent, betalen nu belasting over rendement dat ze niet hebben gemaakt. De conclusie van de Hoge Raad in 2024: discriminerend en de wetgeving is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het gevolg hiervan is dat er in de tussentijd reparatiewetgeving is gekomen om de periode tot een nieuw stelsel te overbrugging en dat er heel veel belastinggeld verloren gaat.
Het nieuwe stelsel van werkelijk rendement
Dus we gooien weer alles overhoop en het voorstel is om over te gaan naar het stelsel van werkelijk rendement. Hierbij worden de daadwerkelijke inkomsten belast, rekening houdend met een heffingsvrij inkomen van 1.800 euro per belastingplichtige. Dit is in principe het meest eerlijke stelsel, omdat er wordt afgedragen naar wat er verdiend is. Echter, zitten er in het wetsvoorstel ook haken en ogen aan:
- De huur- en pachtopbrengsten worden vervangen door een vastgoedbijtelling, indien de opbrengsten niet hoog genoeg (!) zijn;
- De jaarlijkse waardeontwikkeling van beleggingen en overige bezittingen wordt belast, zonder dat deze dus verkocht moeten zijn.
De eerste gevolgen hiervan zien we nu al, doordat investeerders hun huurwoningen in box 3 verkopen. Zij worden namelijk maatschappelijk geacht aan de ene kant de huurprijzen te verlagen, terwijl aan de andere kant er belasting zou worden geheven over inkomsten die zij dus niet hebben. De tweede situatie is bijzonder, omdat dit betekent dat er in het ergste geval dus jaarlijks bezittingen of aandelen moeten worden verkocht om de belasting te voldoen. Dit is wereldwijd uniek, omdat er normaliter alleen belasting hoeft te worden betaald over het resultaat dat gerealiseerd wordt bij de verkoop van aandelen of vastgoed.
Voorbeeld met lager vermogen
Nu zijn er genoeg voorbeelden te vinden op het internet over beleggers met een tweede woning, met ‘slechts’ 500.000 euro aan vermogen en mensen met verhuurde panden. Nu ben ik de cijfers ingedoken om te kijken naar wat dit betekent voor een huishouden dat:
- 50.000 euro belegd heeft voor een studie van de kinderen, rendement 10 procent afgelopen jaar;
- 15.000 euro aan spaargeld heeft, rendement 1 procent afgelopen jaar.
Het rendement in dit geval is dus 5.000 euro over de beleggingen en 150 euro over het spaargeld, totaal 5.150 euro. In het huidige stelsel zou de vrijstelling hoger zijn dan het vermogen, waardoor er geen belasting hoeft te worden betaald. In het wetsvoorstel geldt er een heffingsvrij inkomen van 3.600 euro (tweemaal 1.800 euro). Het meerdere van 1.550 euro wordt belast tegen 36 procent, waardoor de te betalen belasting 558 euro bedraagt.
Het is dus niet het einde van de wereld, waarbij emigratie door verscheidende finfluencers wordt aanbevolen, maar het betekent wel dat de balans dus anders komt te liggen. Waar het eerder dus mogelijk was om circa 100.000 euro belegd te hebben zonder belastingheffing, komt de drempel voor belastingheffing dus relatief laag te liggen. Uiteraard is het een wetsvoorstel, maar de koers van de wetgeving is helder: rendement moet belast gaan worden, niet het vermogen.
Toegevoegde waarde financieel plan en onderhoud
Ik krijg regelmatig de vraag vanaf welk bedrag het lonend is om een financieel plan te hebben. De focus komt meer te liggen op het belasten van rendement en dit leidt dus tot fiscale gevolgen voor steeds lagere vermogens. Het is voor een financieel plan dus geen noodzaak om ‘’veel’’ vermogen te hebben: het beleggen voor studerende kinderen kan dus al gaan leiden tot het betalen van extra belasting. Doordat de wereld om ons heen steeds sneller verandert, is het ook van belang om voortdurend bij te sturen.
Niet alleen de wetgeving is aan verandering onderhevig, maar ook de afweging van risico, rendementen en doelen. Begin deze eeuw leverde sparen aanzienlijk hogere rendementen op dan de laatste 10 jaar. Een goed financieel plan met onderhoud voorkomt dus dat er op langere termijn scheefgroei ontstaat. De wijzigingen in box 3 hebben niet alleen gevolgen voor grote vermogens: ook wie spaart voor kinderen, belegt voor later of een bescheiden potje opbouwt, kan al met nieuwe belastingheffing te maken krijgen.
Neem contact op
Wil je weten wat deze veranderingen betekenen voor jouw situatie en hoe je dit slim kunt opvangen? Neem dan contact met ons op. Samen maken we jouw financiële situatie inzichtelijk en zorgen we dat je voorbereid bent op de nieuwe regels.
Opmerkingen